voorbijgaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vo̝rˈbɛɪ̯χan/
- (Vlaanderen, Brabant): /vorˈbɛːɣan/
- (Limburg): /vorˈbɛɪ̯ɣan/
Woordafbreking
- voor·bij·gaan
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voorbijgaan |
ging voorbij |
voorbijgegaan |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
voorbijgaan
- (ergatief) langs een bepaald punt gaan
- Dezelfde fietser ging opnieuw voorbij.
- (ergatief) tot verleden gaan behoren
- Die tijd is voorgoed voorbijgegaan.
- (inergatief) niet in beschouwing nemen
- Er werd daarmee geheel voorbijgegaan aan de wil van de Iraanse bevolking.
Synoniemen
- [1]: passeren
Vertalingen
1. langs een bepaald punt gaan.