geslacht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·slacht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geslacht | geslachten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
geslacht o
- sekse, het man of vrouw zijn.
- de geslachtsorganen.
- (biologie) genus.
- (grammatica) grammaticaal geslacht, genus.
- de afstammelingen van één persoon.
- Het geslacht De Pauw.
Vertalingen
1. sekse
2. geslachtsorganen
3. (biologisch) genus
4. grammaticaal geslacht
5. afstammelingen van één persoon
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
| slachten |
geslacht
- voltooid deelwoord van slachten