echtgenote
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: echtgenote (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈɛχtχəˌnotə/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈɛxtxəˌnotə/
Woordafbreking
- echt·ge·no·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | echtgenote | echtgenoten echtgenotes |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
echtgenote v
- (familie) een vrouwelijke huwelijkspartner
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een vrouwelijke huwelijkspartner