orde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- or·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | orde | ordes |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
orde v
- gewenste regelmaat
- Hij bracht zijn zaken op orde.
- een hiërarchische organisatie
- Hij was de stichter van deze orde.
- (biologie) een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
- Knaagdieren zijn een orde van de zoogdieren.
Vertalingen
3. (biologie) een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Meer informatie
- Zie Wikiquote voor meer informatie.