orde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·de
enkelvoud meervoud
naamwoord orde ordes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

orde v

  1. gewenste regelmaat
    Hij bracht zijn zaken op orde.
  2. een hiërarchische organisatie
    Hij was de stichter van deze orde.
  3. (biologie) een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
    Knaagdieren zijn een orde van de zoogdieren.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen