zus
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zus
Woordherkomst en -opbouw
- Afkorting van zuster.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zus | zussen |
| verkleinwoord | zusje | zusjes |
Zelfstandig naamwoord
zus v
- (familie) een ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht
- Ik heb twee zussen en een broer.
Synoniemen
- zuster [1]
Antoniemen
Vertalingen
1. een ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht