kind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Kind

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kind
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: kint
Oudnederlands: kint
Germaans: *kindan
Indo-Europees: *ǵenh₁tóm
  • Verwant in Germaans:
Duits: Kind, (Oudhoogduits: chind), Fries: kyn (Oudfries: kind)
enkelvoud meervoud
naamwoord kind kinderen,
kinders
verkleinwoord kindje kindjes,
kindertjes

Zelfstandig naamwoord

kind o

  1. mens tussen 0 en 18 jaar
    Kinderen mogen niet gaan stemmen.
  2. persoon voortkomend uit, zoon of dochter
    Zij laat haar kind bij de oppas achter.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kind kinders

Zelfstandig naamwoord

kind

  1. kind (jong mens).
  2. kind (nakomeling).


Deens

Zelfstandig naamwoord

kind g

  1. wang
Verbuiging



Engels

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
kind kinds

Zelfstandig naamwoord

kind

  1. soort
    This is a strange kind of tobacco.Dit is een raar soort tabak.

Bijvoeglijk naamwoord

kind

  1. aardig, vriendelijk.
    The kind man greeted me.De aardige man groette me.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kind
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Oudnoorse.

Zelfstandig naamwoord

kind o/m

  1. wiegenkind
Synoniemen
Verwante begrippen


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

kind g

  1. wang
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen