zakencijfer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·cij·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakencijfer zakencijfers
verkleinwoord zakencijfertje zakencijfertjes

Zelfstandig naamwoord

zakencijfer o

  1. de totale hoeveelheid geld die bij koop en verkoop van een bedrijf betrokken is
    • Het verwachte zakencijfer voor dit jaar bedraagt 2 miljoen euro. 
Synoniemen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be