zakencijfer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·cij·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakencijfer zakencijfers
verkleinwoord zakencijfertje zakencijfertjes

Zelfstandig naamwoord

zakencijfer o

  1. de totale hoeveelheid geld die bij koop en verkoop van een bedrijf betrokken is
    • Het verwachte zakencijfer voor dit jaar bedraagt 2 miljoen euro. 
Synoniemen

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie