test

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • test
Woordherkomst en -opbouw
1-3 enkelvoud meervoud
naamwoord test testen, tests
verkleinwoord testje testjes
4-5 enkelvoud meervoud
naamwoord test testen
verkleinwoord testje testjes

Zelfstandig naamwoord

test m

  1. probeersel
    Deze schets was alleen maar een test om te zien of het idee zou kunnen gaan werken.
  2. praktische controle op een bepaalde eigenschap
    We hebben deze lamp aan een aantals tests onderworpen en toen konden we hem goedkeuren.
  3. toets, examen
    Hij heeft de test onvoldoende gemaakt en is dus niet aangenomen voor deze baan.
  4. pot of schotel bijv. fruittest [2]
  5. (informeel) hoofd
    Met de hoed in de hand kom je door het ganse land, maar met je pet op je test kom je er ook best.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
testen

test

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van testen
  2. gebiedende wijs van testen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Engels

Zelfstandig naamwoord

test

  1. praktische controle op een bepaalde eigenschap.

Werkwoord

test

  1. aan een test blootstellen


Spaans

enkelvoud meervoud
test tests

Zelfstandig naamwoord

test m

  1. proef, test, toets