proef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • proef
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord proef proeven
verkleinwoord proefje proefjes

Zelfstandig naamwoord

proef v / m

  1. een onderzoek of test naar de juistheid, degelijkheid of waarheid.
  2. (natuurkunde), (scheikunde), (biologie) het verrichten van een handeling om een verschijnsel te achterhalen of zichtbaar te maken, proefneming, experiment
  3. een drukproef
  4. een monster, (steekproef)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
proeven

proef

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proeven
    Ik proef.
  2. gebiedende wijs van proeven
    Proef!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proeven
    Proef je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie