examen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exa·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse examen, wat weer teruggaat op het werkwoord examinare [1].
enkelvoud meervoud
naamwoord examen examens, examina
verkleinwoord examentje examentjes

Zelfstandig naamwoord

examen o

  1. (onderwijs) een onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging
    Het examen was behoorlijk moeilijk.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op geweest zijn voor een examen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • e·xa·men
enkelvoud meervoud
examen exámenes

Zelfstandig naamwoord

examen m

  1. examen, toets, tentamen
  2. onderzoek
  3. verhoor, ondervraging
Verwante begrippen
Synoniemen
Verwijzingen