testen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tes·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘door middel van een test onderzoeken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1940 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
testen
testte
getest
zwak -t volledig

Werkwoord

testen

  1. overgankelijk aan een test onderwerpen
    • Vandaag liet hij zich testen op zijn rijvaardigheid. 

Zelfstandig naamwoord

testen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord test

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
testar

testen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van testar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van testar