testen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tes·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
testen
testte
getest
zwak -t volledig

Werkwoord

testen

  1. (overgankelijk) aan een test onderwerpen
    Vandaag liet hij zich testen op zijn rijvaardigheid.

Zelfstandig naamwoord

testen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord test