testen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tes·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
testen
testte
getest
zwak -t volledig

Werkwoord

testen

  1. (overgankelijk) aan een test onderwerpen
    Vandaag liet hij zich testen op zijn rijvaardigheid.

Zelfstandig naamwoord

testen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord test


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
testar

testen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van testar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van testar