testdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • test·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord testdag testdagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

testdag m

  1. een dag waarop iets of iemand beproefd, gekeurd of getest wordt
    • Marko is sowieso te spreken over hoe de testdagen in Barcelona tot dusver verlopen. "Alles werkt zoals verwacht en we hebben nog iets achter de hand", was de topman mysterieus. "Dus we zijn optimistisch gestemd."[1] 
    • Fijn is dat je op deze ontwerpcategorie B-boot overal beugels vindt om je aan vast te grijpen. Voor deze ontwerpcategorie moet het jacht golven tot vier meter kunnen doorstaan. Die staan er op de testdag niet. Het is koud, maar de golven op het Pikmeer zijn niet hoger dan een halve meter.[2] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 08 mrt. 2018
  2. de Telegraaf EPCO ONGERING 16 dec. 2017