testrit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

testrit van de Thalys op de Moerdijkbrug
Uitspraak
Woordafbreking
  • test·rit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord testrit testritten
verkleinwoord testritje testritjes

Zelfstandig naamwoord

testrit m

  1. een keer dat men rijdt als proef
    • Thomas: „Ed ken ik uit de rallywereld. Hij is de technische man van Tim en Tom Coronel bij de Dakar-rally. We gaan nu met een team testritten in Marokko maken. Ed heeft gevraagd of ik meega en ik zeg niet snel nee tegen een mooi avontuur.[1] 
    • „Gerda is een ontzettend leuke vrouw, maar in het verkeer heeft iedereen het gedaan, behalve zij. In de eerste aflevering reed ze binnen een kwartier door rood. Ze ontkent het nog steeds.” John Williams liet in de radioshow ook een fragment van de vip-editie horen. In het fragment is te horen dat Havertong tijdens een testrit de rem van de auto niet kan vinden.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 09 jan. 2018
  2. de Telegraaf 06 dec. 2017