aidstest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aids·test
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aidstest aidstests
aidstesten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aidstest m

  1. (medisch) een bloedonderzoek dat kan vaststellen of je wel of niet besmet bent met het hivvirus
    • Nauwelijks had ik daar mijn spullen uitgepakt of ik kreeg te horen dat ik een aidstest moest doen en als ik hiv-positief zou zijn, zou ik niet welkom zijn. Uit principe weigerde ik en ik moest meteen weer vertrekken. In de daaropvolgende periode was mijn verblijfplaats steeds onzeker. Ik kreeg een paar weken onderdak aangeboden in een kraakpand op de Houtkopersburgwal.[1] 
    • Buiten Tripoli eisen haveloze militieleden vaak geld van de mensen die langs hun controleposten komen, vooral als het om zwarten of buitenlanders gaat. Toen wijzelf langs een controlepost in Misrata kwamen, besliste een militielid dat buitenlanders alleen hun reisdocumenten terugkregen als ze eerst een aidstest ondergingen. Pas een interventie van anderen voorkwam dit.[2] 


Gangbaarheid


Verwijzingen