tata

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

tata v

  1. (spreektaal) tante
    «Tata Margot est serveuse dans cette boîte.»
    Tante Margot is serveerster in die tent. [1]
  2. (spreektaal) flikker, nicht [1]

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • ta·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Sanskriet तथा (tathā; "zo, op die manier"). In combinatie met andere naamwoorden vormt tata dikwijls abstracta (bijv. tata kalimat "zinsbouw").

Zelfstandig naamwoord

tata

  1. ordening, orde, patroon, systeem
Uitdrukkingen en gezegden
  1. «Negara mawa tata, desa mawa cara.»
    De staat is de plaats voor orde, het dorp de plaats voor zede.


Kituba

Zelfstandig naamwoord

tata m

  1. vader


Sloveens

Zelfstandig naamwoord

tata m

  1. vader