ordening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·de·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ordening ordeningen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ordening v

  1. een regelmatig, een aangebrachte orde, het tegendeel van chaos
  2. (wiskunde) een ordeningsrelatie in de wiskunde
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie