orde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord orde ordes
orden
verkleinwoord ordetje ordetjes

Zelfstandig naamwoord

orde v

  1. gewenste regelmaat
    • Hij bracht zijn zaken op orde. 
  2. een hiërarchische organisatie
    • Hij was de stichter van deze orde. 
  3. (biologie) een groep verwante organismen, onderdeel van een klasse en bestaande uit families
    • Knaagdieren zijn een orde van de zoogdieren. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Meer informatie

Verwijzingen