dada

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·da
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dada -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dada m/v/o

  1. (kunst) Europese beweging in beeldende kunst, toneel en dichtkunst die zich na de Eerste Wereldoorlog afzette tegen alle culturele conventies van die tijd
Synoniemen

Tussenwerpsel

  • (kindertaal) dag als begroeting

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • da·da

Zelfstandig naamwoord

dada

  1. (anatomie) borst
  2. (anatomie) borstkas

Spaans

Bijvoeglijk naamwoord

dada

  1. vrouwelijk enkelvoud van dado