Naar inhoud springen

dada

Uit WikiWoordenboek
  • da·da
enkelvoud meervoud
naamwoord dada -
verkleinwoord - -

dedadav/m,hetdadao

  1. (kunst) Europese beweging in beeldende kunst, toneel en dichtkunst die zich na de Eerste Wereldoorlog afzette tegen alle culturele conventies van die tijd
  2. favoriete bezigheid of opvatting, waar iemand vaak en graag aandacht aan besteed (vooral in onderstaande uitdrukking)
     Die meet-ups is toch niet mijn dada. Ik gebruik social media net om mensen niet te moeten ontmoeten in 't echt.[2]
  • [2] dat is mijn dada
    dat is mijn ding

dada

  1. (kindertaal) dag als begroeting [3]
53 %van de Nederlanders;
83 %van de Vlamingen.[4]
  • frequentie in teksten in het Nederlands uit België, op een 7-puntsschaal: [5]
        5
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [5]
        2
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. web in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, dada
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  5. 1 2
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, dada


  • in de betekenis "paard; stokpaardje": afkomstig uit de kindertaal en geattesteerd sinds de 16de eeuw; de figuurlijke betekenis "favoriet onderwerp" is een leenvertaling van Engels hobby-horse, geattesteerd sinds de 18de eeuw [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  dada     le dada     dadas     les dadas  

dada m

  1. (kindertaal) paard
  2. (kindertaal) (speelgoed) stokpaardje
  3. (figuurlijk) stokpaardje [2]; favoriet onderwerp, een gespreksonderwerp dat iemand steeds weer ter sprake brengt
  4. (kunst) dada


  • da·da

dada

  1. (anatomie) borst
  2. (anatomie) borstkas

dada

  1. (familie) papa

dada

  1. vrouwelijk enkelvoud van dado