dada
Uiterlijk
- da·da
- van Frans dada "stokpaardje"; op 8 februari 1916 in Zürich als benaming gekozen door de beeldend kunstenaar H. Arp
en de dichters T. Tzara
en R. Hülsenbeck
door op een willekeurige plek in een woordenboek te kijken[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dada | - |
| verkleinwoord | - | - |
- (kunst) Europese beweging in beeldende kunst, toneel en dichtkunst die zich na de Eerste Wereldoorlog afzette tegen alle culturele conventies van die tijd
- favoriete bezigheid of opvatting, waar iemand vaak en graag aandacht aan besteed (vooral in onderstaande uitdrukking)
- ▸ Die meet-ups is toch niet mijn dada. Ik gebruik social media net om mensen niet te moeten ontmoeten in 't echt.[2]
- [1] dadaïsme
- [2] dat is mijn dadadat is mijn ding
dada
- Het woord dada staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dada" herkend door:
| 53 % | van de Nederlanders; |
| 83 % | van de Vlamingen.[4] |
- frequentie in teksten in het Nederlands uit België, op een 7-puntsschaal: [5]
- 5
- frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [5]
- 2
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be - 1 2 Ludo Permentier & Rik Schutz“Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, dada
- Geluid: dada (Vosges) (hulp, bestand)
- IPA: /da.da/
- in de betekenis "paard; stokpaardje": afkomstig uit de kindertaal en geattesteerd sinds de 16de eeuw; de figuurlijke betekenis "favoriet onderwerp" is een leenvertaling van Engels hobby-horse, geattesteerd sinds de 18de eeuw [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| dada | le dada | dadas | les dadas |
dada m
- (kindertaal) paard
- (kindertaal) (speelgoed) stokpaardje
- (figuurlijk) stokpaardje [2]; favoriet onderwerp, een gespreksonderwerp dat iemand steeds weer ter sprake brengt
- (kunst) dada
- ↑ dada (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
- da·da
dada
dada
- Cyrillische transcriptie: дада.
dada
- vrouwelijk enkelvoud van dado
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Kunst in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 53 %
- Prevalentie Vlaanderen 83 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Speelgoed in het Frans
- Figuurlijk in het Frans
- Kunst in het Frans
- Woorden in het Indonesisch
- Zelfstandig naamwoord in het Indonesisch
- Anatomie in het Indonesisch
- Woorden in het Oezbeeks
- Zelfstandig naamwoord in het Oezbeeks
- Familie in het Oezbeeks
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 4
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Spaans