flikker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Scheldwoord
Dit woord kan als aanstootgevend worden ervaren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flik·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord flikker flikkers
verkleinwoord flikkertje flikkertjes

Zelfstandig naamwoord

flikker m

  1. (scheldwoord) een persoon die iets aan het flikken is
    • Wat een flikker ben je toch ook! 
  2. (informeel) een lichaam
    • Je hebt hem toch wel op z'n flikker gegeven, hè? 
  3. (informeel) niets
    • Ik zie geen flikker! 
  4. (scheldwoord) een homoseksueel
    • Ga toch weg, flikker! 
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
flikkeren

flikker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flikkeren
    • Ik flikker. 
  2. gebiedende wijs van flikkeren
    • Flikker! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flikkeren
    • Flikker je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen