sneven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sne·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘omkomen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sneven
sneefde
gesneefd
zwak -d volledig

Werkwoord

sneven

  1. ergatief in de strijd vallen
    • Hij was gesneefd in die slag, als zovelen. 
  2. ergatief overdrachtelijk niet overleven, ophouden te bestaan
    • Veel van deze kleine scholen zijn gesneefd toen de schaalvergroting haar intrede deed. 

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.

Verwijzingen