omkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omkomen
kwam om
omgekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

omkomen

  1. ergatief bij een gebeurtenis het leven laten
    • Hij kwam om bij dat auto-ongeluk. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord van het Nynorske werkwoord omkome
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud omkomen
o enkelvoud omkome
meervoud omkomne
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
omkomne

Bijvoeglijk naamwoord

omkomen

  1. omgekomen, gedood, gestorven, verdronken
  2. hulpeloos, radeloos
Schrijfwijzen
Synoniemen