Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord deyja.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord

dør
døde
dødd
Klasse 3 zwak

Werkwoord

  1. onovergankelijk doodgaan, overlijden, sterven
    «En person døde lørdag morgen i en husbrann.»
    Een persoon overleed zaterdagmorgen in een brand in een huis.
  2. onovergankelijk (figuurlijk) besterven
    «Smilet døde på leppene.»
    De glimlach bestierf op haar lippen.
  3. onovergankelijk (figuurlijk) in de vergetelheid geraken.
    «Hans navn vil aldri
    Zijn naam zal nooit in de vergetelheid geraken.
  4. onovergankelijk (figuurlijk) ondergaan, te gronde gaan
    «Forsvinner turistene, vil byen dø.»
    Verdwijnen de toeristen, dan zal de stad ondergaan.
  5. onovergankelijk creperen, ellendig omkomen
  6. onovergankelijk afsterven
    «Blomstene døde i tørken.»
    De bloemen stierven af door de droogte.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[2] dø av redsel

  • Bijna van angst sterven.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord deyja.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord

dør
dødde
dødd
døtt
Klasse 3 zwak

Werkwoord

  1. (bijvorm) onovergankelijk doodgaan, overlijden, sterven
  2. (bijvorm) onovergankelijk (figuurlijk) besterven
  3. (bijvorm) onovergankelijk (figuurlijk) in de vergetelheid geraken.
  4. (bijvorm) onovergankelijk (figuurlijk) ondergaan, te gronde gaan
  5. (bijvorm) onovergankelijk creperen, ellendig omkomen
  6. (bijvorm) onovergankelijk uitsterven
  7. (bijvorm) onovergankelijk afsterven
Schrijfwijzen