maïssoep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

maïssoep
Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·is·soep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maïssoep maïssoepen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maïssoep

  1. soep gemaakt van maïs
     Een greep uit het aanbod van eten en drinken dat vanuit caravans, party- en bedoeïenententen aan de man wordt gebracht: maïssoep, couscous, wentelteefjes, weedcake, yoghurt met muesli, pitabroodjes, verse fruitdrankjes en voor de liefhebber een vertrouwd pilsje.[1]
     Geen irritante geluidjes meer als je een berichtje binnenkrijgt op je mobiel - maar wel een walmpje spek. Dat kan met een nieuwe app met opzetstukje die in Japan wordt gemaakt: de Scentee. Ze hebben nog veel meer geuren, zoals koffie, een kaneelbroodje, aardbei, jasmijn, apple en ..maïssoep. Zit je neus verstopt? Dan kan je ook kiezen voor een LED-lampje dat gaat branden.[2]
Schrijfwijzen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Bien Borren “Festival Solstice is genieten in de hippienavel van Amsterdam” (22 juni 2015), Het Parool
  2. Bronlink Weblink bron “Ruiken of je een sms'je krijgt” (27-10-2013), NOS