snert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snert
enkelvoud meervoud
naamwoord snert -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

snert v/m

  1. (voeding) een lobbige soep vervaardigd van erwten
    Na een paar uur op het ijs ging een kop snert met rookworst er wel in.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord snert -

Zelfstandig naamwoord

snert

  1. onzin, bragel, troep