soepbeen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soep·been
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord soepbeen soepbenen
soepbeenderen
verkleinwoord soepbeentje soepbeentjes

Zelfstandig naamwoord

soepbeen o

  1. (voeding) been dat in de soep wordt afgetrokken

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.