vissoep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·soep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vissoep vissoepen
verkleinwoord vissoepje vissoepjes

Zelfstandig naamwoord

vissoep v / m

  1. (voeding) soep bereid van vis(resten)
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie