slecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slecht
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: slecht (glad, vlak)
Oudnederlands: sleht
Germaans: *slihtaz
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: slight (Angelsaksisch: sliht), Duits: schlicht, schlecht (Oudhoogduits: sliht, sleht), Fries: sljocht (Oudfries: sliucht)
Noord: Zweeds: slätt, Deens: slet, Noors: slett, (Oudnoors: sléttr), IJslands: sléttur, Faeröers: slættur
Oost: Gotisch: slaihts
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen slecht slechter slechtst
verbogen slechte slechtere slechtste
partitief slechts slechters -

Bijvoeglijk naamwoord

slecht

  1. niet goed
Antoniemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
slecht slechter het slechtst

Bijwoord

slecht

  1. niet goed
    Deze groep is wel het slechtst behandeld.
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
slechten

slecht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van slechten
  2. gebiedende wijs van slechten