slecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slecht
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: slecht (glad, vlak)
Oudnederlands: sleht
Germaans: *slihtaz
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: slight (Angelsaksisch: sliht), Duits: schlicht, schlecht (Oudhoogduits: sliht, sleht), Fries: sljocht (Oudfries: sliucht)
Noord: Zweeds: slätt, Deens: slet, Noors: slett, (Oudnoords: sléttr), IJslands: sléttur, Faeröers: slættur
Oost: Gotisch: slaihts
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen slecht slechter slechtst
verbogen slechte slechtere slechtste
partitief slechts slechters -

Bijvoeglijk naamwoord

slecht

  1. van lage kwaliteit
    • Een slecht merk. 
  2. kwaadaardig, kwaadwillend, niet van goede wil getuigend
    • Een slechte daad. 
Antoniemen
Overerving en ontlening
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
slecht slechter het slechtst


Bijwoord

slecht

  1. niet goed
    • Deze groep is wel het slechtst behandeld. 
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
slechten

slecht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van slechten
  2. gebiedende wijs van slechten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. World Loanword Database geraadpleegd 2012-01-28