gewohnt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wohnt
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Laatmiddelhoogduitse woord "gewon(e)t"
  • Duits bijvoeglijk naamwoord met het voorvoegsel ge-
stellend vergrotend overtreffend
gewohnt
gewohnter
am gewohntesten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

gewohnt

  1. gewoon
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen