gemiddeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·mid·deld
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gemiddeld gemiddelder gemiddeldst
verbogen gemiddelde gemiddeldere gemiddeldste
partitief gemiddelds gemiddelders -

Bijvoeglijk naamwoord

gemiddeld

  1. tot de middenmoot behorend
    • Dat is een gemiddelde prestatie. 
    • Hij is van gemiddelde lengte. 
  2. (statistiek) bepaald door de som van de waarden door het aantal ervan te delen
    • De gemiddelde lengte is 1,80 meter. 
    • Het dier legde de afstand af met soms erg hoge snelheden. Gemiddeld liep ze 46,3 kilometer per dag, maar op sommige dagen wist de vos veel grotere afstanden af te leggen, met een uitschieter van 155 kilometer. Waarschijnlijk gebruikte ze die dag het zee-ijs ‘als vervoersmiddel'. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

Gemiddelde leeftijd.

Vertalingen

Bijwoord

gemiddeld

  1. in de meeste gevallen
    • Hij loopt gemiddeld zo'n tien kilometer hard op een avond. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
middelen

gemiddeld

  1. voltooid deelwoord van middelen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen