gewon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·won

Werkwoord

vervoeging van
gewinnen

gewon

  1. enkelvoud verleden tijd van gewinnen
    • Ik gewon. 
    • Jij gewon. 
    • Hij, zij, het gewon.