naaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naai·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naaien
naaide
genaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

naaien

  1. (overgankelijk) naaldwerk verrichten
    Zij naaide een nieuwe jurk voor zichzelf.
  2. (inergatief) (informeel) geslachtsgemeenschap hebben
    Zij lagen in die kamer te naaien.
  3. (overgankelijk) (informeel) iemand een verraderlijke streek leveren
    Hij werd genaaid door zijn eigen collega.
Synoniemen
Vertalingen