naaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naai·en
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘geslachtsgemeenschap hebben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1485 [1]
  • In de betekenis van ‘met naald en draad maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naaien
naaide
genaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

naaien

  1. overgankelijk het met behulp van naald en draad maken of herstellen van textiel (bijv. kleding)
    • Zij naaide een nieuwe jurk voor zichzelf. 
  2. inergatief (informeel) geslachtsgemeenschap hebben
    • Zij lagen in die kamer te naaien. 
  3. overgankelijk (informeel) iemand een verraderlijke streek leveren
    • Hij werd genaaid door zijn eigen collega. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Aan iets geen mouw(en) weten te passen ( of te naaien)
  • In het pak genaaid zijn
  • Zijn naad ( of naadje) naaien
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen