naaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naai·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naaien
naaide
genaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

naaien

  1. overgankelijk het met behulp van naald en draad maken of herstellen van textiel (bijv. kleding)
    • Zij naaide een nieuwe jurk voor zichzelf. 
  2. inergatief (informeel) geslachtsgemeenschap hebben
    • Zij lagen in die kamer te naaien. 
  3. overgankelijk (informeel) iemand een verraderlijke streek leveren
    • Hij werd genaaid door zijn eigen collega. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie