vingerhoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Vingerhoedjes

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vin·ger·hoed
enkelvoud meervoud
naamwoord vingerhoed vingerhoeden
verkleinwoord vingerhoedje vingerhoedjes

Zelfstandig naamwoord

vingerhoed m

  1. hard dopje dat het eerste kootje van de vinger beschermt bij het naaien
    In Nederland doet de metalen vingerhoed rond de 13e eeuw zijn intrede.
Vertalingen