bumsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bum·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • van Duits bumsen, vanaf de jaren 70 van de 20e eeuw gangbaar voor seks in een Duitstalige omgeving, naderhand ook gebruikt als (eufemisme) voor neuken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bumsen
bumste
gebumst
zwak -t volledig

Werkwoord

bumsen

  1. inergatief (seksualiteit) (informeel) seks hebben
     Straks gaan ze op de televisie nog een potje met elkaar liggen bumsen.[1]
     En: dat ze gaan bumsen bij een 'match' aan het eind van het programma (zoals Tom zei dat zou gebeuren) blijkt dus niks waar te zijn. Die slaapkamers zijn er puur voor de schijn![2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2022 Weblink bron Max Pam “Nepjournalisten” (27 juni 2003) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2022 Weblink bron Gearchiveerde versie Jurgen reactie 2386 in: Koos L Alternative Love - dagelijks liefdesprogramma... (18 maart 2003), GSV Groningen


Duits

Werkwoord

bumsen

  1. neuken