belazeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·la·ze·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
belazeren
belazerde
belazerd
zwak -d volledig

Werkwoord

belazeren

  1. (overgankelijk) (pejoratief) iemand met bedrog benadelen
    Ze hadden hem zwaar belazerd.
Synoniemen
Vertalingen