naaister

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een naaister.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naai·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naaister naaisters
verkleinwoord naaistertje naaistertjes

Zelfstandig naamwoord

naaister v

  1. (beroep) een vrouw die naaiwerk verricht
    • De naaister naaide al onze kapotte broeken. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie