overgave

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·ga·ve
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overgave overgaven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overgave v/m

  1. het opgeven van de strijd en zich aan de wijand onderwerpen
    • De overgave van de stad was onvermijdelijk geworden. 
  2. een volledige toewijding
    • Zij zongen vol overgave mee met de menigte. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie