gaven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·ven

Zelfstandig naamwoord

gaven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gave

Werkwoord

vervoeging van
geven

gaven

  1. meervoud verleden tijd van geven
    • Wij gaven. 
    • Jullie gaven. 
    • Zij gaven. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·ven
Naar frequentie 4190

Zelfstandig naamwoord

gaven

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van gave
Schrijfwijzen