gaven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·ven

Zelfstandig naamwoord

gaven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gave

Werkwoord

vervoeging van
geven

gaven

  1. meervoud verleden tijd van geven
    • Wij gaven. 
    • Jullie gaven. 
    • Zij gaven. 
     Deze informatie was nog betrouwbaarder dan de soms wat verouderde opmerkingen in Guthook en gezamenlijk gaven ze voldoende informatie om met enigszins gerust hart de uitgedroogde woestijn in te trekken.[1]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·ven
Naar frequentie 4190

Zelfstandig naamwoord

gaven

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van gave
Schrijfwijzen