gaaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaaf
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ongeschonden’ voor het eerst aangetroffen in 1281 [1]
  • [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gaaf gaver gaafst
verbogen gave gavere gaafste
partitief gaafs gavers -

Bijvoeglijk naamwoord

gaaf

  1. zonder beschadiging
    • Deze appel heeft een gaaf oppervlak. 
  2. (informeel), (spreektaal) in de populaire smaak vallend
    • Hij heeft zo'n gave nieuwe laptop gekregen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand.
als iemand uit een groep een fout maakt benadeelt hij de hele groep; door slechts één persoon kan iedereen van die groep een slechte naam krijgen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
gaaf gawe gawer gaafste

Bijvoeglijk naamwoord

gaaf

  1. gaaf