aalmoes

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·moes
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aalmoes aalmoezen
verkleinwoord aalmoesje aalmoesjes

Zelfstandig naamwoord

aalmoes v

  1. (religie) liefdegift aan een behoeftige; kleine gift aan een bedelaar
  2. (economie) minachtend gebruikt voor: uit de hoogte toegeworpen gave of gunst of onvoldoende grote beloning
    • Voor zo'n aalmoes ga ik niet het hele weekend werken. 
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
"door weldoen werkt men aan zijn heil"
  • men zou hem een aalmoes geven
"gezegd van iemand die er zeer armoedig uitziet"
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord aalmoes aalmoese

Zelfstandig naamwoord

aalmoes

  1. aalmoes