aalmoes

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·moes
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aalmoes aalmoezen
verkleinwoord aalmoesje aalmoesjes

Zelfstandig naamwoord

aalmoes v

  1. liefdegift aan een behoeftige; kleine gift aan een bedelaar
  2. minachtend gebruikt voor: uit de hoogte toegeworpen gave of gunst of onvoldoende grote beloning
    Voor zo'n aalmoes ga ik niet het hele weekend werken.
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
"door weldoen werkt men aan zijn heil"
  • men zou hem een aalmoes geven
"gezegd van iemand die er zeer armoedig uitziet"
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord aalmoes aalmoese

Zelfstandig naamwoord

aalmoes

  1. aalmoes