vage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·ge

Bijvoeglijk naamwoord

vage

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vaag
Anagrammen


Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈvaːgə/
Woordafbreking
  • va·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse vague of het Latijnse vagus.
stellend vergrotend overtreffend
vage
vager
am vagesten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

vage

  1. vaag, onbepaald, onduidelijk
    «Bevor es losging, hatten wir nur eine sehr vage Vorstellung davon, was uns erwarten würde.»
    Voor het begon, hadden we slechts een zeer vaag beeld van wat ons te wachten stond.
  2. onzeker
    «Fuzzy bedeutet unscharf, vage oder kraus und klingt dem Englisch sprechenden Menschen nicht richtig gut im Ohr. [...] In den siebziger Jahren erdachte er dann die "Fuzzy-Logik", die auch mit vagen Prämissen auskommt.[1]»
    Fuzzy betekent onscherp, onzeker of warrig en klinkt Engelstalige mensen niet echt als muziek in de oren. [...] In de jaren zeventig bedacht hij dan de "fuzzy-logic", die ook met onzekere premissen uitkomt.
Schrijfwijzen
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen


Interlingua

Bijvoeglijk naamwoord

vage

  1. vaag