eo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˈɛ.joː/
enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig
nominatief is ea id , eae ea
accusatief eum eam eōs eās
genitief eius eōrum eārum eōrum
datief eīs, iīs
ablatief

Persoonlijk voornaamwoord

ĕō

  1. door/met hem; erdoor, ermee (ablatief mannelijk of onzijdig enkelvoud van de derde persoon)
  2. door/met deze, door/met die; door/met dit, door/met dat

Werkwoord

vervoeging van
īre

ĕō

  1. actief indicatief praesens, eerste persoon enkelvoud van īre