ire

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˈiːrɛ/
Woordafbreking
  • i·re
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
īre ĕo īvi/ĭi ĭtum
onregelmatig volledig

Werkwoord

īre

  1. gaan; rijden, varen
  2. komen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden