id

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • id
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord id -
verkleinwoord - -

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Zelfstandig naamwoord

id o

  1. (psychologie) meest oorspronkelijke deel van iemands onderbewustzijn
Verwante begrippen

Meer informatie


Latijn

Uitspraak
enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig
nominatief is ea id , eae ea
accusatief eum eam eōs eās
genitief eius eōrum eārum eōrum
datief eīs, iīs
ablatief

Persoonlijk voornaamwoord

id

  1. het (nominatief of accusatief mannelijk enkelvoud van de derde persoon)
  2. dit, dat



Spaans

Werkwoord

vervoeging van
ir

id

  1. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van ir