duur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duur
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen duur duurder duurst
verbogen dure duurdere duurste
partitief duurs duurders -

Bijvoeglijk naamwoord

duur

  1. (handel) niet goedkoop
    Hij koopt altijd dure maar kwalitatief goede spullen die lang meegaan.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord duur -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

duur m

  1. (tijdrekening) benodigd tijdbestek
    De duur van de gecompliceerde operatie was 8 uur.
Uitdrukkingen en gezegden
  • op den duur
na lang wachten
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
duren

duur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duren
    Ik duur.
  2. gebiedende wijs van duren
    Duur!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duren
    Duur je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl