duur
Uiterlijk
- duur
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | duur | duurder | duurst |
| verbogen | dure | duurdere | duurste |
| partitief | duurs | duurders | - |
duur
- (handel) van iets dat je wilt kopen, dat je er veel geld voor moet betalen
- Hij koopt altijd dure maar kwalitatief goede spullen die lang meegaan.
- ▸ Ze rekenden precies uit wanneer ze winst gaan maken: "Het is echt massa is kassa. Daarom komen er binnenkort meer machines bij. Het is nog geen vetpot, maar per machine moet je denken aan 600 tot 900 euro per maand. Pas na twee jaar gaan we echt winst maken." Dat komt vooral vanwege de kosten: "We hebben best wel grote machines staan en de kosten daarvan variëren tussen de 3000 en de 5000 euro. Daarnaast moet je ook btw over je producten afdragen maar de locatie is het duurste."[3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | duur | - |
| verkleinwoord |
de duur m
- (tijdrekening) benodigd tijdbestek
- De duur van de gecompliceerde operatie was 8 uur.
- ▸ De beleving van tijd is ongrijpbaarder, laat zich lastiger vangen in statistieken en lijstjes dan de objectieve duur ervan.[4]
- ▸ Bij een 'prospectieve' beoordeling van tijd schat je de duur van een gebeurtenis in terwijl die nog aan de gang is.[4]
- ▸ Toevallig of niet is twee tot drie seconden ook ongeveer hoe de meesten van ons het 'nu' ervaren - de duur van één 'moment'.[4]
- op den duur
na lang wachten
- • Op den duur besteedde ik steeds minder aandacht aan wassen, andere dingen vond ik veel belangrijker. [5]
- duur betaald
waarvoor men veel heeft moeten inleveren, niet alleen maar geld
- ∗ En ook na de duur betaalde vrede, die de dappere Finnen Karelië en grote gebieden in het zuidoosten hadden gekost, was er niet veel om over te discussiëren.[6]
|
|
| vervoeging van |
|---|
| duren |
duur
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duren
- Ik duur.
- gebiedende wijs van duren
- Duur!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duren
- Duur je?
niet goedkoop
- Het woord duur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "duur" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[7] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "duur" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ duur op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Pomme Rademaker“Bijverdienen met een verkoopautomaat bij kapper of sportschool is in trek” (5 april 2025), NOS - 1 2 3 Lynn Berger“De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
- ↑ Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044628142 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
duur
duur
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Handel in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Tijdrekening in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Nedersaksisch
- Voorzetsel in het Nedersaksisch
- Woorden in het Urkers
- Voorzetsel in het Urkers