goedkoop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·koop
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen goedkoop goedkoper goedkoopst
verbogen goedkope goedkopere goedkoopste
partitief goedkoops goedkopers -

Bijvoeglijk naamwoord

goedkoop

  1. (handel) laag in prijs
    Een goedkoop hotel.
  2. (figuurlijk) eenvoudig of slecht bedacht
    Een goedkope leugen.
    Een ontzettend goedkope truc.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: Goedkoop is duurkoop.
Iets dat weinig kost, is vaak ook van lage kwaliteit
tijdelijk goedkoop
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.