biologisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·lo·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen biologisch biologischer
verbogen biologische biologischere
partitief biologisch biologischers -

Bijvoeglijk naamwoord

biologisch

  1. gebaseerd op de levende natuur
    • Een biologisch proces. 
    • Biologische wapens zoals bijvoorbeeld antrax zijn verboden. 
  2. van gelijke afstamming
    • De biologische ouders. 
  3. afkomstig van dier- en milieuvriendelijke landbouw en veeteelt
    • Een biologisch stukje vlees maakt de maaltijd een stuk duurder. 
  4. zonder kunstmatige toevoegingen
     Ook biologische zepen werden niet gewaardeerd in de natuur. Helemaal geen zeep gebruiken was het dwingende advies.[1]
     Er is een mogelijkheid dat alle boeren een toekomst hebben in Nederland. Sterker: er zijn dan mogelijk zelfs meer boeren nodig. Maar dat vraagt wel om een andere aanpak, waarbij eigenlijk het hele landbouwsysteem op de schop moet, stelt een groep van zo'n 2.500 biologische boeren. Ministers Henk Staghouwer (Landbouw) en Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof) reageren enthousiast.[2]
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 juli 2022 Weblink bron “Kabinet positief over plan biologische boeren: 'Hier willen we naartoe'” (07 juli 2022), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be