bioloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·loog
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel bio- en met het achtervoegsel -loog
enkelvoud meervoud
naamwoord bioloog biologen
verkleinwoord bioloogje bioloogjes

Zelfstandig naamwoord

bioloog m

  1. (biologie) (beroep) een wetenschapper die de biologie beoefent
    • De vijf biologen werken nog door aan hun onderzoek naar de werking van het enzym. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie