bieden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
bieden biedend
bod geboden
bieding
Uitspraak
Woordafbreking
  • bie·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bieden
/'bidə(n)/
bood
/bot/
geboden
/ɣə'bodə(n)/
klasse 2 volledig

Werkwoord

bieden

  1. (ditransitief), (handel) als koper een prijs voorstellen
    Hij kreeg er twintig euro voor geboden.
  2. (ditransitief) ter beschikking stellen
    Dit bood hem een uitweg uit zijn problemen.
  3. (kaartspel) aankondigen een bepaald aantal slagen te zullen halen, m.n. bij bridge
    Het grootste verschil tussen bridge en whist is het bieden.[1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen


enkelvoud meervoud
naamwoord bieden -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bieden

  1. (kaartspel) kaartspel waarbij de spelers eerst tegen elkaar opbieden en vervolgens spelen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
  1. bridgeclubaduard.nl