Naar inhoud springen

bood

Uit WikiWoordenboek
  • bood
vervoeging van
bieden

bood

  1. enkelvoud verleden tijd van bieden
    • Ik bood. 
    • Jij bood. 
    • Hij, zij, het bood. 
     Als hij haar wilde vertellen over de toestand in zijn land, dan bood ze hem graag een luisterend oor.[1]
     Gelukkig bood de bron onderweg verkoeling, anders had ik het misschien niet eens gehaald.[2]
  • bood aan
90 %van de Nederlanders;
81 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be