bood

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bood

Werkwoord

vervoeging van
bieden

bood

  1. enkelvoud verleden tijd van bieden
    • Ik bood. 
    • Jij bood. 
    • Hij, zij, het bood. 
Vaste voorzetsels
  • bood aan

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be