loven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loven
loofde
geloofd
zwak -d volledig

Werkwoord

loven

  1. (overgankelijk) blijk geven van bewondering
    Bijna alle artiesten loofden de kwaliteit van de Nederlandse inzending.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ven
Naar frequentie 1508

Zelfstandig naamwoord

loven

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van lov


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ven
Naar frequentie 1354

Zelfstandig naamwoord

loven

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van lov


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ven

Zelfstandig naamwoord

loven

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van lov
Schrijfwijzen